toerrit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- georganiseerde tocht die men samen met anderen voor zijn plezier maakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toerritje | verkleinwoord, enkelvoud |
| toerritjes | verkleinwoord, meervoud |
| toerritten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van toer zn en rit zn
Woordfamilie van toerrit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toerritje | verkleinwoord | toerrit |
| toerritjes | verkleinwoord meervoud | toerrit |
| toerritten | meervoud | toerrit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toerrit zijn vastgelegd.