toekomstperspectief
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de gunstige mogelijkheden waarop iemand kan rekenen voor de komende tijd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toekomstperspectiefje | verkleinwoord, enkelvoud |
| toekomstperspectiefjes | verkleinwoord, meervoud |
| toekomstperspectieven | meervoud |
Herkomst
samenstelling van toekomst en perspectief
Woordfamilie van toekomstperspectief
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toekomstperspectiefje | verkleinwoord | toekomstperspectief |
| toekomstperspectiefjes | verkleinwoord meervoud | toekomstperspectief |
| toekomstperspectieven | meervoud | toekomstperspectief |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toekomstperspectief zijn vastgelegd.