tiran
zelfstandig naamwoordBetekenis
- heerser, meest bij de gratie van een schrikbewind
- alleenheerser met onbeperkte macht in de oude Griekse stadstaten
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald soort vogel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tirannen | meervoud |
| tirannetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tirannetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘despoot’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van tiran
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tirannetje | verkleinwoord | tiran |
| tirannetjes | verkleinwoord meervoud | tiran |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tiran zijn vastgelegd.