til
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- het tillen
- een houten constructie die vaak in een punt water overbrugt
- een vogelbehuizing zonder ren
- voor
- taal
- tong
- naar
- tot
- erbij, extra
- nog
- in
- tegen
- van
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tillen | enkelvoud |
| tilletje | verkleinwoord |
| tilletjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tillen
- gebiedende wijs van tillen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tillen
Vervoeging van til
tilhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Fries, in de betekenis van ‘duivenhok’ voor het eerst aangetroffen in 1623
Woordfamilie van til
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tilletje | verkleinwoord | til |
| tilletjes | verkleinwoord | til |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van til zijn vastgelegd.