tijgeroog
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de oog van een tijger; oog dat lijkt op een oog van een tijger
- de blik van iemand die fel of boos is
- soort mineraal; kwarts-variëteit
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tijgerogen | meervoud |
| tijgeroogje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tijgeroogjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van tijger zn en oog zn
Woordfamilie van tijgeroog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tijgerogen | meervoud | tijgeroog |
| tijgeroogje | verkleinwoord | tijgeroog |
| tijgeroogjes | verkleinwoord meervoud | tijgeroog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tijgeroog zijn vastgelegd.