tijdspad
zelfstandig naamwoord ˈtɛitspɑtBetekenis
- planning waarbij men aangeeft wanneer men van plan is wat te doen en wanneer welke resultaten behaalt dienen te worden
Hoe spreek je tijdspad uit?
/ˈtɛitspɑt/
Tijdspad bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɛi | trein |
| s | sok |
| p | pak |
| ɑ | bad |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tijdspaden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van tijd zn en pad zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van tijdspad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tijdspaden | meervoud | tijdspad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tijdspad zijn vastgelegd.