tijdsorde
zelfstandig naamwoord ˈtɛitsɔrdəBetekenis
- een ordening volgens het tijdstip dat iets gemaakt of gedaan is
- tijdsindeling
Hoe spreek je tijdsorde uit?
/ˈtɛitsɔrdə/
Tijdsorde bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɛi | trein |
| s | sok |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- ordening volgens het tijdstip dat iets gemaakt of gedaan is
- sociaal bepaalde manier waarop tijdsduur wordt onderverdeeld
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tijdsorden | meervoud |
| tijdsordes | meervoud |
Herkomst
samenstelling van tijd zn en orde zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van tijdsorde
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tijdsorden | meervoud | tijdsorde |
| tijdsordes | meervoud | tijdsorde |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tijdsorde zijn vastgelegd.