tijdschakelaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- schakelaar die men op een bepaalde tijd kan afstellen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tijdschakelaars | meervoud |
| tijdschakelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tijdschakelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van tijd en schakelaar
Woordfamilie van tijdschakelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tijdschakelaars | meervoud | tijdschakelaar |
| tijdschakelaartje | verkleinwoord | tijdschakelaar |
| tijdschakelaartjes | verkleinwoord meervoud | tijdschakelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tijdschakelaar zijn vastgelegd.