tiara
zelfstandig naamwoordBetekenis
- pauselijke kroon
- een soort kroon met de vorm van een meestal half-cirkelvormige band.
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een soort kroon met de vorm van een meestal half-cirkelvormige band
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tiara's | meervoud |
| tiaraatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tiaraatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘hoofdtooi’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1630
Woordfamilie van tiara
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tiara's | meervoud | tiara |
| tiaraatje | verkleinwoord | tiara |
| tiaraatjes | verkleinwoord meervoud | tiara |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tiara zijn vastgelegd.