thuisland
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een gebied met een beperkt zelfbestuur binnen Zuid-Afrika dat als woongebied voor de Bantoes aangewezen is
- land waar iemand vandaan komt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| thuislanden | meervoud |
| thuislandje | verkleinwoord, enkelvoud |
| thuislandjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Afrikaans, in de betekenis van ‘zelfstandig woongebied van de Bantoes’ voor het eerst aangetroffen in 1976
Woordfamilie van thuisland
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| thuislanden | meervoud | thuisland |
| thuislandje | verkleinwoord | thuisland |
| thuislandjes | verkleinwoord meervoud | thuisland |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van thuisland zijn vastgelegd.