thuishulp
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de zorg voor hulpbehoevenden op het gebied van dagelijkse verzorging en/ of huishoudelijk werk
- iemand die hulpbehoevenden helpt op het gebied van dagelijkse verzorging en/of huishoudelijk werk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| thuishulpen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van thuis en hulp
Woordfamilie van thuishulp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| thuishulpen | meervoud | thuishulp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van thuishulp zijn vastgelegd.