thorax
zelfstandig naamwoordBetekenis
- borstkas, ribbenkast, borstholte
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| thoraxen | meervoud |
| thoraxje | verkleinwoord, enkelvoud |
| thoraxjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘borstkas’ voor het eerst aangetroffen in 1832
Woordfamilie van thorax
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| thoraxen | meervoud | thorax |
| thoraxje | verkleinwoord | thorax |
| thoraxjes | verkleinwoord meervoud | thorax |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van thorax zijn vastgelegd.