thermostaat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- voor temperatuurwisselingen gevoelig apparaat dat gebruikt in een regeling de temperatuur in een bepaalde ruimte constant probeert te houden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| thermostaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| thermostaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| thermostaten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘warmteregelaar’ voor het eerst aangetroffen in 1886
Woordfamilie van thermostaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| thermostaatje | verkleinwoord | thermostaat |
| thermostaatjes | verkleinwoord meervoud | thermostaat |
| thermostaten | meervoud | thermostaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van thermostaat zijn vastgelegd.