therapie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een methode om aan de genezing van zieken te werken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| therapietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| therapietjes | verkleinwoord, meervoud |
| therapieën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geneeswijze’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van therapie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| therapietje | verkleinwoord | therapie |
| therapietjes | verkleinwoord meervoud | therapie |
| therapieën | meervoud | therapie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van therapie zijn vastgelegd.