theocratie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- staatsvorm die gebaseerd is op goddelijke (Grieks: θεος) macht (Grieks: κρατος)
- en omdat het bovenstaande onpraktisch is dus heerschappij (dictatuur) van priesters, als z.g. rechtstreekse dienaren van God
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| theocratietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| theocratietjes | verkleinwoord, meervoud |
| theocratieën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘staat met godheid als gezagsdrager’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van theocratie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| theocratietje | verkleinwoord | theocratie |
| theocratietjes | verkleinwoord meervoud | theocratie |
| theocratieën | meervoud | theocratie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van theocratie zijn vastgelegd.