themapark
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een amusementsoord waar ter ontspanning en vermaak verscheidene attracties zijn opgesteld met aankleding in de stijl van een bepaald thema
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| themaparken | meervoud |
| themaparkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| themaparkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van thema en park
Woordfamilie van themapark
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| themaparken | meervoud | themapark |
| themaparkje | verkleinwoord | themapark |
| themaparkjes | verkleinwoord meervoud | themapark |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van themapark zijn vastgelegd.