testikel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- teelbal, zaadbal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| testikels | meervoud |
| testikeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| testikeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘zaadbal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1595
Woordfamilie van testikel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| testikels | meervoud | testikel |
| testikeltje | verkleinwoord | testikel |
| testikeltjes | verkleinwoord meervoud | testikel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van testikel zijn vastgelegd.