terugvlucht
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- de terugreis met een vliegtuig
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| terugvluchten | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van terugvluchten
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van terugvluchten
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van terugvluchten
Vervoeging van terugvlucht
terugvluchthele werkwoord
Herkomst
samenstelling van terug bw en vlucht zn