terugroepen
werkwoordBetekenis
- zeggen dat iets of iemand terug moet komen naar de plaats waar hij of het vandaan komt
- als reactie op roepen ook roepen
werkwoord
- iemand ertoe manen om terug te gaan naar de plek waar diegene vandaan is gekomen transitive
- weer uit de roulatie nemen (v.e. product) transitive
Vervoeging van terugroepen
terugroepenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van terug bw en roepen ww
Woordfamilie van terugroepen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| riep terug | woordvorm | terugroepen |
| riepen terug | woordvorm | terugroepen |
| roep terug | woordvorm | terugroepen |
| roepe terug | woordvorm | terugroepen |
| roepen terug | woordvorm | terugroepen |
| roept terug | woordvorm | terugroepen |
| teruggeroepen | woordvorm | terugroepen |
| terugriep | with-subordinate-clause | terugroepen |
| terugriepen | with-subordinate-clause | terugroepen |
| terugroep | with-subordinate-clause | terugroepen |
| terugroepe | with-subordinate-clause | terugroepen |
| terugroepend | woordvorm | terugroepen |
| terugroepende | woordvorm | terugroepen |
| terugroept | with-subordinate-clause | terugroepen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van terugroepen zijn vastgelegd.