terugloop
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- het achteruitlopen van een vuurwapen door de schok bij het afvuren
- achteruitgang, vermindering
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van teruglopen
Vervoeging van terugloop
terugloophele werkwoord
Herkomst
samenstelling van terug bw en loop