tersel
zelfstandig naamwoord /ˈtɛrsəl/Betekenis
- mannetje van een roofvogelsoort
Hoe spreek je tersel uit?
/ˈtɛrsəl/
Tersel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| s | sok |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tersels | meervoud |
| terseltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| terseltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands tersel van Oudfrans tercel dat wellicht verwijst naar het vroegere idee dat in een broedsel uit het derde ei (vergelijk Latijn tertius "derde") een mannetje zou komen, cognaat met Frans tiercelet, Engels tercel, Duits Terzel
Woordfamilie van tersel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tersels | meervoud | tersel |
| terseltje | verkleinwoord | tersel |
| terseltjes | verkleinwoord meervoud | tersel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tersel zijn vastgelegd.