tenue
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kleding die bij een bepaalde groep, klasse, gelegenheid of periode uit de geschiedenis hoort
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tenues | meervoud |
| tenuetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tenuetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘uniform, kostuum’ voor het eerst aangetroffen in 1862
Woordfamilie van tenue
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tenues | meervoud | tenue |
| tenuetje | verkleinwoord | tenue |
| tenuetjes | verkleinwoord meervoud | tenue |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tenue zijn vastgelegd.