tentoonstellingsbezoeker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bezoeker van een tentoonstelling
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tentoonstellingsbezoekers | meervoud |
| tentoonstellingsbezoekertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tentoonstellingsbezoekertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van tentoonstelling en bezoeker met het invoegsel -s-
Woordfamilie van tentoonstellingsbezoeker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tentoonstellingsbezoekers | meervoud | tentoonstellingsbezoeker |
| tentoonstellingsbezoekertje | verkleinwoord | tentoonstellingsbezoeker |
| tentoonstellingsbezoekertjes | verkleinwoord meervoud | tentoonstellingsbezoeker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tentoonstellingsbezoeker zijn vastgelegd.