tendentieus
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- gekleurd door bijbedoelingen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tendentieust | onverbogen, overtreffende trap |
| tendentieuste | verbogen, overtreffende trap |
| tendentieuze | verbogen, stellende trap |
| tendentieuzer | onverbogen, vergrotende trap |
| tendentieuzere | verbogen, vergrotende trap |
| tendentieuzers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘met vooropgezette bedoeling’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1929
Woordfamilie van tendentieus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tendentieust | uninflected, superlative | tendentieus |
| tendentieuste | inflected, superlative | tendentieus |
| tendentieuze | verbogen vorm | tendentieus |
| tendentieuzer | vergrotende trap | tendentieus |
| tendentieuzere | verbogen vergrotende trap | tendentieus |
| tendentieuzers | partitieve vergrotende trap | tendentieus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tendentieus zijn vastgelegd.