telepaat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die telepathie beoefent
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| telepaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| telepaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| telepaten | meervoud |
Herkomst
met het voorvoegsel tele- met het achtervoegsel -paat
Woordfamilie van telepaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| telepaatje | verkleinwoord | telepaat |
| telepaatjes | verkleinwoord meervoud | telepaat |
| telepaten | meervoud | telepaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van telepaat zijn vastgelegd.