teint
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de kleur die het gelaat heeft, gezichts- of huidskleur.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| teintje | verkleinwoord, enkelvoud |
| teintjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kleur’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1680
Woordfamilie van teint
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| teintje | verkleinwoord | teint |
| teintjes | verkleinwoord meervoud | teint |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van teint zijn vastgelegd.