tegendeel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het tegenovergestelde
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tegendeeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tegendeeltjes | verkleinwoord, meervoud |
| tegendelen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘het tegenovergestelde’ voor het eerst aangetroffen in 1620
Woordfamilie van tegendeel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tegendeeltje | verkleinwoord | tegendeel |
| tegendeeltjes | verkleinwoord meervoud | tegendeel |
| tegendelen | meervoud | tegendeel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tegendeel zijn vastgelegd.