tegenbezoek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bezoek ter beantwoording van een ander bezoek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tegenbezoeken | meervoud |
| tegenbezoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tegenbezoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van tegen bw en bezoek zn
Woordfamilie van tegenbezoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tegenbezoeken | meervoud | tegenbezoek |
| tegenbezoekje | verkleinwoord | tegenbezoek |
| tegenbezoekjes | verkleinwoord meervoud | tegenbezoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tegenbezoek zijn vastgelegd.