teelbal
zelfstandig naamwoord ˈtelbɑlBetekenis
- dat deel van de mannelijke anatomie waarin het zaad aangemaakt wordt
Hoe spreek je teelbal uit?
/ˈtelbɑl/
Teelbal bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| e | veel |
| l | land |
| b | bak |
| ɑ | bad |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- deel van de mannelijke anatomie waarin het zaad wordt aangemaakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| teelballen | meervoud |
| teelballetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| teelballetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van teel ww en bal zn
Woordfamilie van teelbal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| teelballen | meervoud | teelbal |
| teelballetje | verkleinwoord | teelbal |
| teelballetjes | verkleinwoord meervoud | teelbal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van teelbal zijn vastgelegd.