taxibus
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kleine bus waarmee een groep mensen op afroep vervoert kunnen worden
zelfstandig naamwoord — masculine
- kleine bus waarmee een groep mensen op afroep vervoerd kunnen worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| taxibusje | verkleinwoord, enkelvoud |
| taxibusjes | verkleinwoord, meervoud |
| taxibussen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van taxi zn en bus zn
Woordfamilie van taxibus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| taxibusje | verkleinwoord | taxibus |
| taxibusjes | verkleinwoord meervoud | taxibus |
| taxibussen | meervoud | taxibus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van taxibus zijn vastgelegd.