tautologie
zelfstandig naamwoord ˌtɑutoloˈɣiBetekenis
- benadrukking van een woord met een ander woord dat zo goed als dezelfde betekenis heeft
- redenering waarvan de logische structuur alleen ware uitspraken als voorbeeld heeft
Hoe spreek je tautologie uit?
/ˌtɑutoloˈxi/
Tautologie bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɑu | koud |
| o | boot |
| l | land |
| x | acht |
| i | riet |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- benadrukking in dezelfde zin zn [1] van een woord of woordgroep met een ander woord of andere woordgroep met zo goed als dezelfde betekenis
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tautologietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tautologietjes | verkleinwoord, meervoud |
| tautologieën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘herhaling met een andere uitdrukking’ voor het eerst aangetroffen in 1698
Woordfamilie van tautologie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tautologietje | verkleinwoord | tautologie |
| tautologietjes | verkleinwoord meervoud | tautologie |
| tautologieën | meervoud | tautologie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tautologie zijn vastgelegd.