tandradspoor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een spoorweg met een extra rail in het midden met de vorm van een tandheugel waarin het tandwiel van een tandradtrein kan aangrijpen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tandradspoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tandradspoortjes | verkleinwoord, meervoud |
| tandradsporen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van tandrad en spoor
Woordfamilie van tandradspoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tandradspoortje | verkleinwoord | tandradspoor |
| tandradspoortjes | verkleinwoord meervoud | tandradspoor |
| tandradsporen | meervoud | tandradspoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tandradspoor zijn vastgelegd.