tandpijn
zelfstandig naamwoord /tɑntpɛin/Betekenis
- pijn in één of meerdere tanden
Hoe spreek je tandpijn uit?
/tɑntpɛin/
Tandpijn bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| p | pak |
| ɛi | trein |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tandpijnen | meervoud |
| tandpijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tandpijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van tand en pijn
Woordfamilie van tandpijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tandpijnen | meervoud | tandpijn |
| tandpijntje | verkleinwoord | tandpijn |
| tandpijntjes | verkleinwoord meervoud | tandpijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tandpijn zijn vastgelegd.