talkshow
zelfstandig naamwoord ˈtɔːkʃoBetekenis
- een televisieprogramma waarbij het hoofdaandeel uit het praten bestaat
Hoe spreek je talkshow uit?
/ˈtɔkʃo/
Talkshow bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɔ | bot |
| k | kat |
| ʃ | sjaal |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| talkshows | meervoud |
| talkshowtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| talkshowtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘televisieshow waarin met gasten wordt gesproken’ voor het eerst aangetroffen in 1983
Woordfamilie van talkshow
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| talkshows | meervoud | talkshow |
| talkshowtje | verkleinwoord | talkshow |
| talkshowtjes | verkleinwoord meervoud | talkshow |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van talkshow zijn vastgelegd.