talenpracticum
zelfstandig naamwoordBetekenis
- practicum in vreemde talen met behulp van audioapparatuur
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| talenpractica | meervoud |
| talenpracticumpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| talenpracticumpjes | verkleinwoord, meervoud |
| talenpracticums | meervoud |
Herkomst
samenstelling van taal en practicum met het invoegsel -en-
Woordfamilie van talenpracticum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| talenpractica | meervoud | talenpracticum |
| talenpracticumpje | verkleinwoord | talenpracticum |
| talenpracticumpjes | verkleinwoord meervoud | talenpracticum |
| talenpracticums | meervoud | talenpracticum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van talenpracticum zijn vastgelegd.