tag
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- graffitisymbool karakteristiek voor een persoon
- een (relevant) sleutelwoord geassocieerd met, toegewezen aan of opgenomen in een digitaal bestand (zoals afbeeldingen, video, audio, tekst)
- wurging
- twist, ruzie
- dag
- tikkertje
zelfstandig naamwoord — masculine
- label voor een opmaakcode om geschreven tekst op een bepaalde manier weer te geven, vooral gebruikt in HyperText Markup Language (HTML)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tags | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van taggen
- gebiedende wijs van taggen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van taggen
Vervoeging van tag
taghele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels
Woordfamilie van tag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tags | meervoud | tag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tag zijn vastgelegd.