tafeldoek
zelfstandig naamwoord ˈtafəldukBetekenis
- een kleed dat over een tafel ligt ter bescherming van de tafel, of omdat het modieus is, of voor de gezelligheid
Hoe spreek je tafeldoek uit?
/ˈtafəlduk/
Tafeldoek bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| a | maan |
| f | fiets |
| ə | de |
| l | land |
| d | dak |
| u | boek |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tafeldoeken | meervoud |
| tafeldoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tafeldoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van tafel zn en doek zn
Woordfamilie van tafeldoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tafeldoeken | meervoud | tafeldoek |
| tafeldoekje | verkleinwoord | tafeldoek |
| tafeldoekjes | verkleinwoord meervoud | tafeldoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tafeldoek zijn vastgelegd.