taco
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kleine, krokant gebakken, gevouwen tortilla, gevulde Mexicaanse maïspannenkoek
- krachtterm
- plug
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| taco's | meervoud |
| tacootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tacootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘Mexicaanse maïspannenkoek’ voor het eerst aangetroffen in 1983
Woordfamilie van taco
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| taco's | meervoud | taco |
| tacootje | verkleinwoord | taco |
| tacootjes | verkleinwoord meervoud | taco |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van taco zijn vastgelegd.