taalsysteem
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het geheel van structuren dat zorgdraagt voor het vermogen van mensen om taal te gebruiken
- de structuur van een bepaalde taal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| taalsysteempje | verkleinwoord, enkelvoud |
| taalsysteempjes | verkleinwoord, meervoud |
| taalsystemen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van taal zn en systeem zn
Woordfamilie van taalsysteem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| taalsysteempje | verkleinwoord | taalsysteem |
| taalsysteempjes | verkleinwoord meervoud | taalsysteem |
| taalsystemen | meervoud | taalsysteem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van taalsysteem zijn vastgelegd.