taalman
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand met veel belangstelling voor de taal
- beroep waar de taal een centrale plaats inneemt bij de uitoefening van zijn vak
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| taalmannen | meervoud |
| taalmannetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| taalmannetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van taal zn en man zn
Woordfamilie van taalman
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| taalmannen | meervoud | taalman |
| taalmannetje | verkleinwoord | taalman |
| taalmannetjes | verkleinwoord meervoud | taalman |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van taalman zijn vastgelegd.