T-shirt
zelfstandig naamwoord ˈtiʃʏːrtBetekenis
- dun kledingstuk voor het bovenlichaam met korte mouwen en zonder kraag
Hoe spreek je T-shirt uit?
/ˈtiʃʏrt/
T-shirt bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| i | riet |
| ʃ | sjaal |
| ʏ | put |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| T-shirtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| T-shirtjes | verkleinwoord, meervoud |
| T-shirts | meervoud |
Herkomst
van Engels T-shirt, in de betekenis van ‘truitje’ voor het eerst aangetroffen in 1959; op te vatten als samenstelling van T zn en shirt zn , omdat T-shirt met T is samengesteld om zo een overeenkomst aan te geven met de vorm van de gedrukte T, wordt het met een hoofdletter T geschreven, volgens spellingregel 6.G gevolgd door een koppelteken
Woordfamilie van T-shirt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| T-shirtje | verkleinwoord | T-shirt |
| T-shirtjes | verkleinwoord meervoud | T-shirt |
| T-shirts | meervoud | T-shirt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van T-shirt zijn vastgelegd.