studiopubliek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het publiek aanwezig in een televisiestudio of radiostudio
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| studiopublieken | meervoud |
| studiopubliekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| studiopubliekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van studio en publiek
Woordfamilie van studiopubliek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| studiopublieken | meervoud | studiopubliek |
| studiopubliekje | verkleinwoord | studiopubliek |
| studiopubliekjes | verkleinwoord meervoud | studiopubliek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van studiopubliek zijn vastgelegd.