struif
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de vloeibare inhoud van eieren, eierstruif
- met behulp van dit product vervaardigde omelet of pannenkoek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| struiven | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘omelet’ voor het eerst aangetroffen in 1460
Woordfamilie van struif
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| struiven | meervoud | struif |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van struif zijn vastgelegd.