strooisel
zelfstandig naamwoord ˈstrojsəlBetekenis
- alles wat gestrooid kan worden zoals bloemen voor de bruid, zout op de weg bij gladheid en snoepgoed bij het sinterklaasfeest.
- humuslaag in een bos of kas
Hoe spreek je strooisel uit?
/ˈstrojsəl/
Strooisel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| o | boot |
| j | ja |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| strooisels | meervoud |
| strooiseltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| strooiseltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van strooien met het achtervoegsel -sel
Woordfamilie van strooisel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| strooisels | meervoud | strooisel |
| strooiseltje | verkleinwoord | strooisel |
| strooiseltjes | verkleinwoord meervoud | strooisel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van strooisel zijn vastgelegd.