strohut
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een (tijdelijk, armoedig) optrekje waar stro als één van de bouwmaterialen is gebruikt
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een (tijdelijk, armoedig) optrekje waar stro als een van de bouwmaterialen is gebruikt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| strohutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| strohutjes | verkleinwoord, meervoud |
| strohutten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van stro zn en hut zn
Woordfamilie van strohut
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| strohutje | verkleinwoord | strohut |
| strohutjes | verkleinwoord meervoud | strohut |
| strohutten | meervoud | strohut |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van strohut zijn vastgelegd.