strijkel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- stok waarmee men een maat meel of graan kan afstrijken
- stok waarmee men een zeis kan scherpen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| strijkels | meervoud |
| strijkeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| strijkeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
naamwoord van handeling van strijken met het achtervoegsel -sel
Woordfamilie van strijkel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| strijkels | meervoud | strijkel |
| strijkeltje | verkleinwoord | strijkel |
| strijkeltjes | verkleinwoord meervoud | strijkel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van strijkel zijn vastgelegd.