straalpijp
zelfstandig naamwoordBetekenis
- spuitstuk op het einde van een brandslang waar water onder hoge druk en snelheid wegspuit om een brand te kunnen blussen
- uitstroom opening van een raketmotor
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| straalpijpen | meervoud |
| straalpijpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| straalpijpjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van straal zn en pijp zn
Woordfamilie van straalpijp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| straalpijpen | meervoud | straalpijp |
| straalpijpje | verkleinwoord | straalpijp |
| straalpijpjes | verkleinwoord meervoud | straalpijp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van straalpijp zijn vastgelegd.