stoppel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kort restant van een afgesneden halm of haar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stoppelen | meervoud |
| stoppels | meervoud |
| stoppeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stoppeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘na maaien overblijvende deel van halm’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van stoppel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stoppelen | meervoud | stoppel |
| stoppels | meervoud | stoppel |
| stoppeltje | verkleinwoord | stoppel |
| stoppeltjes | verkleinwoord meervoud | stoppel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stoppel zijn vastgelegd.