stookhok
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bijgebouw waar men vuur kan en mag maken zonder gevaar voor brand
- deel een van een gebouw waar de ketel voor de centrale verwarming staat
- plaats waar men iets vernietigt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stookhokje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stookhokjes | verkleinwoord, meervoud |
| stookhokken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van stook ww en hok zn