stiefvader
zelfstandig naamwoord ˈstifadərBetekenis
- de echtgenoot van iemands moeder, die niet de eigenlijke vader is
Hoe spreek je stiefvader uit?
/ˈstifadər/
Stiefvader bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| i | riet |
| f | fiets |
| a | maan |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- echtgenoot van iemands moeder, die niet de eigenlijke vader is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stiefvaders | meervoud |
| stiefvadertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stiefvadertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘tweede vader’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van stiefvader
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stiefvaders | meervoud | stiefvader |
| stiefvadertje | verkleinwoord | stiefvader |
| stiefvadertjes | verkleinwoord meervoud | stiefvader |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stiefvader zijn vastgelegd.